stadhuis
Uiterlijk
- Geluid: stadhuis (hulp, bestand)
- IPA: / stɑtˈhœys / (2 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˈstɑthœʏs/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈstɑthœːs/
- (Limburg): /ˈstɑdhœːs/
- stad·huis
- samenstelling van stad en huis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stadhuis | stadhuizen |
| verkleinwoord | stadhuisje | stadhuisjes |
het stadhuis o
- een gebouw waar de stadsdiensten gehuisvest zijn
- Veel mensen trouwen in het stadhuis.
- ▸ 'Handelslieden bij wie je inkopen doet, kunnen die brieven op het stadhuis inwisselen.[1]
- ▸ Zoals je weet, vond Frans uiteindelijk zijn roeping in het stadhuis, maar de muren van Amsterdam hebben Brandt nooit kunnen vasthouden.[1]
- ▸ 'Maar mannen die écht barbaars zijn, worden naar de martelkamer onder in het stadhuis gestuurd, naast de schatkamers van Amsterdam.[1]
- Het woord stadhuis staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "stadhuis" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- 1 2 3 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %