plug-in

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plug-in
enkelvoud meervoud
naamwoord plug-in plug-ins
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

plug-in m

  1. (informatica) aanvulling op een computerprogramma
    Door de plug-in te installeren kon ik naar PDF afdrukken.