een

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
100 103 106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027


Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Lidwoord

een

  1. een onbepaald lidwoord dat in het Nederlands wordt gebruikt voor een onbepaald zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.
    Is dat een merel of een kauwtje?
  2. ook voor meervouden in uitroepende zinnen die verbazing over een aantal uitdrukken
    En een mensen dat er kwamen kijken!
Woordafbreking
  • een
Verwante begrippen

Hoofdtelwoord

een

  1. het kleinste hele getal, in Arabische cijfers 1, in Romeinse cijfers I, zie één.
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord een enen
verkleinwoord eentje eentjes

Zelfstandig naamwoord

een v / m

  1. het getal 1.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Afrikaans

Telwoord (afr)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

een

  1. één