vond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vond

Werkwoord

vervoeging van
vinden

vond

  1. enkelvoud verleden tijd van vinden
    • Ik vond. 
    • Jij vond. 
    • Hij, zij, het vond. 
     Een halfjaar weg van mijn gezin vond men wel erg lang.[1]
Afgeleide begrippen
  • vond plaats

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be