computer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Een computer.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pu·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘rekentuig’ voor het eerst aangetroffen in 1957 [1]
  • Leenwoord uit het Engels, waar het is afgeleid van het werkwoord compute dat op zijn beurt is afgeleid van het Latijnse computare ofwel putāre (schatten, rekenen) met het voorvoegsel com- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord computer computers
verkleinwoord computertje computertjes

Zelfstandig naamwoord

computer m

  1. (informatica) informatieverwerkende machine die door een reeks instructies (het programma) bewerkingen kan uitvoeren
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
computeren

computer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van computeren
    • Ik computer. 
  2. gebiedende wijs van computeren
    • Computer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van computeren
    • Computer je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
  • IPA:
    • VK: /kəmˈpjuːtə/
    • VS: /kəmˈpjutɚ/
enkelvoud meervoud
computer computers

Zelfstandig naamwoord

computer

  1. (informatica) computer


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

computer m

  1. (informatica) computer


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Engelse of Nederlandse computer.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  computer     computernan  

Zelfstandig naamwoord

computer

  1. (informatica) computer
Schrijfwijzen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /kɔmpjuːtr̩/, /kɔmpʊtɛr/


Woordafbreking
  • com·pu·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.

Zelfstandig naamwoord

computer m onbezield

  1. (informatica) computer
Verbuiging
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Verwijzingen