geautomatiseerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·au·to·ma·ti·seerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
automatiseren

geautomatiseerd

  1. voltooid deelwoord van automatiseren
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geautomatiseerd geautomatiseerder geautomatiseerdst
verbogen geautomatiseerde geautomatiseerdere geautomatiseerdste
partitief geautomatiseerds geautomatiseerders -

Bijvoeglijk naamwoord

geautomatiseerd

  1. vanzelf functionerend, zonder bewust ingrijpen
  2. dankzij machines en computers werkend met een heel weinig menselijke inzet

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.