grenzeloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gren·ze·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen grenzeloos grenzelozer grenzeloost
verbogen grenzeloze grenzelozere grenzelooste
partitief grenzeloos grenzelozers -

Bijvoeglijk naamwoord

grenzeloos

  1. zonder landsgrenzen
    We leven in een grenzeloos Europa.
  2. niet beperkt door landsgrenzen, internationaal
    Kunst is tijd- en grenzeloos.
  3. zonder grenzen, beperkingen, oneindig groot
    De mogelijkheden zijn grenzeloos.
    Ik had een grenzeloos vertrouwen in hem.
    De liedjes zijn van een grenzeloze pracht.
Schrijfwijzen
Opmerkingen
  • Sinds 2005 geeft de Leidraad bij de spellingvoorschriften in regel 9.A uitdrukkelijk aan dat bij afleidingen de tussenklank -e- wordt toegevoegd.[2] Tot dan kon de -en- gebruikt worden als het eerste deel werd opgevat als een meervoudsvorm.[3]
Synoniemen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Zorgenloos / zorgeloos op website: taaladvies.net; geraadpleegd 2016-04-09
  3. Geerts, G. "Waarom (niet) n'loos?" in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde. jrg. 116 nr. 3 (2006) Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent; p. 362 e.v.; geraadpleegd 2016-04-09

Meer informatie