criticus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cri·ti·cus
Woordherkomst en -opbouw
  • met het achtervoegsel -icus
enkelvoud meervoud
naamwoord criticus critici
verkleinwoord criticusje criticusjes

Zelfstandig naamwoord

criticus m

  1. iemand die veel kritiek levert
    Liberale Russische politicus en Poetin-criticus Boris Nemtsov op straat in Moskou vermoord. [1]
  2. (beroep) iemand die beroepsmatig kunst beoordeelt
    Karel van het Reve was een belangrijke literatuurcriticus in Nederland.
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. www.nu.nl