criticus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cri·ti·cus
Woordherkomst en -opbouw
  • met het achtervoegsel -icus
enkelvoud meervoud
naamwoord criticus critici
verkleinwoord criticusje criticusjes

Zelfstandig naamwoord

criticus m

  1. iemand die veel kritiek levert
  2. (beroep) iemand die beroepsmatig kunst beoordeelt
    • Karel van het Reve was een belangrijke literatuurcriticus in Nederland. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen