Naar inhoud springen

gram

Uit WikiWoordenboek
  • gram
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘0,001 kilogram’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1808 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord gram grammen
verkleinwoord grammetje grammetjes

[A] gram o

  1. (natuurkunde), (eenheid) een afgeleide eenheid voor massa (gewicht), éénduizendste van de SI-eenheid "kilogram" (0,001 kg), weergegeven met symbool g
    • Een gram van een stof is ook op de maan een gram. 
     In totaal scheelden deze multifunctionele stokken mij 350 gram aan gewicht.[3]
  2. (economie) in het dagelijks gebruik een handelsmaat voor gewicht
    • Een paar grammetjes is veel als het gif betreft. 
  3. iets wat opgeschreven of anderszins geregisteerd is (grafein = schrijven), een grafische voorstelling, (->zie -gram of diagram)
  • In de betekenis van ‘boos’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220 [1] [4] [5]
enkelvoud meervoud
naamwoord gram grammen
verkleinwoord grammetje grammetjes

[B] gram m

  1. (verouderd) boosheid
    • Hij verhaalde zijn gram op zijn kinderen. 
  2. (verouderd) genoegdoening
  • zijn gram halen
afreageren, zijn woede koelen, genoegdoening verkrijgen, zich wreken
 Terlouw besloot niet terug te keren in de Kamer en haalde zijn gram met de publicatie van een bitter dagboek. Na een periode in het buitenland werd hij tussen 1991 en 1996 commissaris van de Koningin in Gelderland. Het einde van zijn loopbaan stond, net als aan het begin, in het teken van het water: in 1995 liet hij wegens dreigende overstromingen het rivierengebied evacueren.[6]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen gramgrammergramst
verbogen grammegrammeregramste
partitief gramsgrammers-

gram

  1. boos, toornig
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[7]
  • Afgeleid van het Proto-Germaanse *gramaz

gram

  1. boos, kwaad
enkelvoud meervoud
naamwoord gram gramme
  • Leenwoord uit het Nederlands

gram

  1. (eenheid)(natuurkunde) gram; een afgeleide eenheid voor massa (gewicht), éénduizendste van de SI-eenheid "kilogram" (0,001 kg)
  • gram
  • Afgeleid van het Middelhoogduitse gram

gram

  1. kwaad, boos
  • Afgeleid van het Franse gramme

gram

  1. (eenheid)(natuurkunde) gram; een afgeleide eenheid voor massa (gewicht), éénduizendste van de SI-eenheid "kilogram" (0,001 kg)
  • Afgeleid van het Oudnederlandse *gram

gram

  1. boos, kwaad
  2. verdrietig, van streek
  • gram
  • Afgeleid van het Franse gramme

gram m

  1. (eenheid)(natuurkunde) gram; een afgeleide eenheid voor massa (gewicht), éénduizendste van de SI-eenheid "kilogram" (0,001 kg)
    «To waży sto gramów
    Dat weegt honderd gram.

gram

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van grać
  • Afgeleid van het Franse gramme

gram m

  1. (eenheid)(natuurkunde) gram; een afgeleide eenheid voor massa (gewicht), éénduizendste van de SI-eenheid "kilogram" (0,001 kg)
  • gram
  • Afgeleid van het Franse gramme

gram monbezield

  1. (eenheid)(natuurkunde) gram; een afgeleide eenheid voor massa (gewicht), éénduizendste van de SI-eenheid "kilogram" (0,001 kg)
    «Cena je za 1 gram
    De prijs is per gram.
  • 1 gram – 1 gram
  • 2 gramy – 2 gram
  • 100 gramů – 100 gram
    • gram
    enkelvoud meervoud
    nominatief   gram     gramlar  
    genitief   gramın     gramların  
    datief   grama     gramlara  
    accusatief   gramı     gramları  
    locatief   gramda     gramlarda  
    ablatief   gramdan     gramlardan  

    gram

    1. (natuurkunde), (eenheid) gram