laatste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • laat·ste
Woordherkomst en -opbouw
  • [bijvoeglijk naamwoord] afleiding van laat met het achtervoegsel -st en de uitgang -e
  • [zelfstandig naamwoord] afleiding van laatst met het achtervoegsel -e
  • [onbepaald rangtelwoord] afleiding van laat met het achtervoegsel -stemet het achtervoegsel -ste[1]

Bijvoeglijk naamwoord

laatste

  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van laat
    Ze wilden graag het laatste nieuws horen.
Uitdrukkingen en gezegden
enkelvoud meervoud
naamwoord laatste laatsten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

laatste m

  1. wie of wat niet meer door anderen wordt gevolgd
    Wanneer jullie weggaan, moet de laatste het licht uitdoen.
Uitdrukkingen en gezegden

Onbepaald rangtelwoord

laatste

  1. in een reeks door niets meer gevolgd worden
    De laatste deelnemer had bijna twee keer zo tijd nodig als de eerste.
Verwijzingen
  1. *Haeseryn, W. e.a. "7.3.1 Vorming van rangtelwoorden" in: Algemene Nederlandse Spraakkunst (1997) op website ans.ruhosting.nl; onder 2.; geraadpleegd 2016-04-08