daarboven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daar·bo·ven
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     boven  
 persoonlijk     erboven  
aanwijz.   nabij     hierboven  
  veraf     daarboven  
  vragend/betrekk.     waarboven  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
daarboven

  1. boven dat, boven die
    • Daarboven zie je de toppen van de Alpen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.