locatie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ca·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord locatie locaties
verkleinwoord locatietje locatietjes

Zelfstandig naamwoord

locatie v

  1. (de positie van) een punt in de ruimte (waar iets bijzonders plaatsvindt)
    • De locatie van het feest werd pas een week van tevoren bekend gemaakt. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie