blessuretje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bles·su·re·tje

Zelfstandig naamwoord

blessuretje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord blessure
Synoniemen

Gangbaarheid