overnemen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·ne·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overnemen
nam over
overgenomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

overnemen

  1. overgankelijk uit die van een ander in eigen handen verkrijgen
    • Na een verrassende verkiezingsoverwinning nam de oppositie de regering van het land over van de zittende regering. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.