Pasen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Van Hebreeuws Pesach (overslaan), een verwijzing naar het bijbelverhaal in Exodus 12 (specifiek vers 23 en 27).

Woordafbreking
  • Pa·sen
enkelvoud meervoud
naamwoord Pasen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Pasen o

  1. (religie) (feest) het belangrijkste feest van het christendom, waarbij de Opstanding van Jesus centraal staat
    • Pasen wordt gevierd op de zondag na de eerste volle maan in de lente. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie