boek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een boek.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boek
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: boec
Oudnederlands: buoc
Germaans: *bōks
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: book (Angelsaksisch: bōc), Duits: Buch, (Oudhoogduits: buoh), Fries: boek (Oudfries: bōk)
Noord: Zweeds/Noors: bok, Deens: bog, (Oudnoors: bók), IJslands/Faeröers: bók
enkelvoud meervoud
naamwoord boek boeken
verkleinwoord boekje boekjes

Zelfstandig naamwoord

boek o

  1. een ingebonden bundel bedrukte of beschreven vellen papier
    Als hij wat tijd voor zichzelf had, ging hij bijna altijd een boek lezen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
boeken

boek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boeken
    Ik boek.
  2. gebiedende wijs van boeken
    Boek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boeken
    Boek je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord boek boeke

Zelfstandig naamwoord

boek

  1. boek


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /buːk/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

boek m

  1. buik
Verbuiging