klederen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kle·de·ren

Zelfstandig naamwoord

klederen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kleed
Synoniemen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.