sikkepit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • sik·ke·pit
enkelvoud meervoud
naamwoord sikkepit
verkleinwoord sikkepitje sikkepitjes

Zelfstandig naamwoord

sikkepit v/m [1]

  1. alleen ontkennend: geen ~: niets, nog geen klein deel ervan
    • Ik geloof er geen sikkepit van. 
Ik geloof er helemaal niets van
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen