gieter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gieter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gie·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gieter gieters
verkleinwoord gietertje gietertjes

Zelfstandig naamwoord

gieter m

  1. (beroep) een soort emmer met sproeibuis om de planten te begieten
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie