organisatie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·ga·ni·sa·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord organisatie organisaties
verkleinwoord organisatietje organisatietjes

Zelfstandig naamwoord

organisatie v [1]

  1. het organiseren
    • Het is nog een hele organisatie om het feest voor te bereiden. 
  2. de manier waarop iets georganiseerd is
    • De interne organisatie van dat bedrijf is hoogst ondoorzichtig. 
  3. een groep die een bepaald doel of of bepaalde rol heeft
    • Deze organisatie leidt de strijd tegen AIDS. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal