Naar inhoud springen

autobiografie

Uit WikiWoordenboek
  • au·to·bio·gra·fie
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eigen levensbeschrijving’ voor het eerst aangetroffen in 1809 [1]
  • afgeleid van biografie met het voorvoegsel auto-
enkelvoud meervoud
naamwoord autobiografie autobiografieën
verkleinwoord autobiografietje autobiografietjes

deautobiografiev

  1. een beschrijving van het eigen leven.
    • De beroemde acteur schreef een autobiografie. 
    • Een autobiografie kan zeer belangwekkende informatie bevatten maar is vaak weinig objectief. 
     Om deze intellectuele autobiografie even af te maken: in mijn daaropvolgend boek speelde Hannah Arendt, een andere felle bestrijdster van het utopisch denken, een hoofdrol (Achterhuis 1984).[2]
     Bergmans poging de baby te wurgen mislukte - in zijn autobiografie beschrijft hij hoe hij op een stoel was geklommen om bij haar wiegje te komen, maar uitgleed en op de grond viel.[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  • IPA: /aʊ̯tɔbɪjɔgrafɪjɛ/
  • au·to·bio·gra·fie
  • Afgeleid van het zelfstandig naamwoord biografie met het voorvoegsel auto-

autobiografie v

  1. autobiografie