Naar inhoud springen

jongetje

Uit WikiWoordenboek
  • jon·ge·tje

hetjongetjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord jongen
     Ongelukkig in de liefde, een verleden met foute mannen, een alleenstaande moeder van een jongetje van vijf.[1]
     De vertelling begint wanneer een jongetje van zijn moeder hoort dat ze een baby in haar buik heeft.[2]
98 %van de Nederlanders;
93 %van de Vlamingen.[3]
  1. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  2. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be