televisie
Uiterlijk
- te·le·vi·sie
- Leenwoord uit het Engels television, in de betekenis van ‘overbrenging van beelden’ voor het eerst aangetroffen in 1914 [1]
- afleiding van visie met het voorvoegsel tele- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | televisie | televisies |
| verkleinwoord | televisietje | televisietjes |
de televisie v
- (elektronica) elektronisch apparaat om bewegende beelden en geluid weer te geven
- ▸ Mijn vader schafte de televisie aan en oom Tony een zwarte auto.[3]
- ▸ Met hun raketten verplaatsen zij zich al sneller dan de wind, dan het geluid zelfs, en op een dag zullen zij de snelheid van het licht benaderen; met hun televisie zijn zij in feite al bijkans alomtegenwoordig, zij kunnen zien in het donker, zij kunnen het binnenste van een mens bekijken zonder hem open te maken, met hun computers bezitten ze een totalitair besturings- en controlesysteem, waarmee ze jouw afdeling al naar de kroon steken, zij kunnen elementaire deeltjes waarnemen en zij weten al wat er tien tot de min drieënveertigste seconde na onze lichtexplosie gebeurde.[4]
- (communicatie) communicatiemedium dat het versturen van beelden en geluiden mogelijk maakt
- ▸ Marcuse weet dit toch niet helemaal zo zeker, maar hij signaleert wel van zijn kant een 'bijna reeds directe censuur van de pers, de televisie en de radio'.[4]
- ▸ Ook is er kritiek op een van de oprichters van de zender, Lex Harding. Hij zegt in de documentaire dat hij zocht naar "lekkere wijven, mooie meiden om op televisie te presenteren". Hij erkent dat het er vroeger anders aan toe ging dan nu. "Waren opmerkingen overschrijdend naar de maatstaven die nu worden gehanteerd? Zeer zeker. Er werd gevloekt, gescholden en mensen werden uitgelachen."[5]
- [1] televisieapparaat, televisietoestel, kleurentelevisietoestel, tv, kijkbuis, buis [3]
|
|
1. elektrisch apparaat
|
|
2. medium
|
|
televisie
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- televisiekijken: Hij keek graag televisie.
- Het woord televisie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "televisie" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[6] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "televisie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ televisie op website: Etymologiebank.nl
- ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
- 1 2 Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑
Weblink bron “30 jaar geleden begon TMF, herinneringen nog springlevend” (1 mei 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
televisie
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel tele- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Elektronica in het Nederlands
- Communicatie in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch