weide

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wei·de
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘grasland’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1] [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord weide weiden
weides
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

weide v/m

  1. (veeteelt) een stuk grasland, gewoonlijk bedoeld voor het begrazen door vee of als maaiveld
    • In de weide achter het huis waren er altijd lammetjes in het voorjaar. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als werkwoord

Werkwoord

vervoeging van
weiden

weide

  1. aanvoegende wijs van weiden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen