stretch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stretch
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
stellend
onverbogen stretch
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

stretch [2]

  1. rekbaar
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
stretchen

stretch

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stretchen
    Ik stretch.
  2. gebiedende wijs van stretchen
    Stretch!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stretchen
    Stretch je?

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Engels

Werkwoord

stretch

  1. uitrekken