stretch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stretch
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen stretch
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

stretch

  1. vervaardigd uit een elastisch weefsel
     Neem de hemden die Hans Klok draagt – die moeten stretch zijn en die kun je kopen.[3]
Synoniemen

rekbaar

Verwante begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord stretch -
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

  1. elastisch weefsel
     Een uniform met stretch maken is ondenkbaar.[4]
     Sowieso is geweven kant – waar tegenwoordig vaak stretch in is verwerkt – op zijn retour: het meeste kant dat wordt verwerkt in kleding, ondergoed en panty’s is gebreid kant, dat doorgaans wordt gemaakt in lagelonenlanden.[5]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
stretchen

stretch

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stretchen
    • Ik stretch. 
  2. gebiedende wijs van stretchen
    • Stretch! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stretchen
    • Stretch je? 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. "stretch" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. Bronlink geraadpleegd op 8 februari 2022 Weblink bron Henk van Gelder “Zeven boeken met kostuums: van Hans Klok en Karin Bloemen tot Songfestival” (17 december 2018) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 8 februari 2022 Weblink bron Paul van der Steen “Uniformmaker voor koning, keizer en schutterij” (20 september 2021) op nrc.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 8 februari 2022 Weblink bron Milou van Rossum “Expositie biedt een nieuwe kijk op kant” (21 november 2019) op nrc.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

stretch

  1. strekken
  2. uitrekken
  3. (figuurlijk) reiken tot (in de hemel, e.d.)

Zelfstandig naamwoord

  1. het strekken, strekking
  2. (figuurlijk) oprekking (van de wetgeving, verbeelding, e.d.)

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 4 februari 2021 Weblink bron stretch in: Oxford English Dictionary, second edition (1989) op oed.com