coiffeuse
Uiterlijk
- coif·feu·se
- Naamwoord van handeling van coifferen met het achtervoegsel -euse[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | coiffeuse | coiffeuses |
| verkleinwoord | coiffeuseje coiffeusetje |
coiffeusejes coiffeusetjes |
de coiffeuse v
- vrouwelijke vorm van coiffeur
- Het woord coiffeuse staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "coiffeuse" herkend door:
| 87 % | van de Nederlanders; |
| 89 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| coiffeuse | la coiffeuse | coiffeuses | les coiffeuses |
coiffeuse v
- vrouwelijke vorm van coiffeur
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -euse in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Formeel in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 87 %
- Prevalentie Vlaanderen 89 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 9
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Beroep in het Frans
- Meubel in het Frans