Naar inhoud springen

uw

Uit WikiWoordenboek
  enkelvoud meervoud
bijvoeglijk zelfstandig bijvoeglijk zelfstandig
1e persoon mijn
m'n
mijneons, onzeonze
2e persoon
(informeel)
jouw
je
jouwejullie
je
-
2e persoon
(formeel)
(regionaal)
uwuweuwuwe
3e persoon
(mannelijk)
zijn
z'n
zijnehunhunne
3e persoon
(vrouwelijk)
haar
d'r, 'r
hare
3e persoon
(onzijdig)
zijn
z'n
(ervan)
zijne
3e persoon
(genderneutraal)
hunhunne
Boven: benadrukte vorm. Onder: onbenadrukte vorm
  • uw
  • In de betekenis van ‘bezittelijk voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]

uw

  1. zowel in enkelvoud als meervoud van u
    • Heeft u gisteren uw auto nog weten te verkopen? 
     1 16 juni 1967 Geachte juffrouw Bastien, Dank u voor uw sollicitatiebrief en curriculum vitae. Een mens kan alleen maar hopen dat hij gedijt in de omstandigheden waar het leven hem mee opzadelt. Het is duidelijk dat u een begaafde jonge vrouw bent, ruimschoots gewapend voor de strijd.[2]
  2. zowel in enkelvoud als meervoud van gij
    • Zijt ge met uw vrouw gekomen? 
  • Volgens spellingregel 16.Q en spellingregel 16.S wordt het persoonlijk voornaamwoord "uw" alleen met een hoofdletter ("Uw") geschreven als het naar een goddelijk wezen verwijst. In alle andere gevallen is die schrijfwijze als uiting van bijzonder respect in de loop van de 20e eeuw ongebruikelijk geworden. [3]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]