oplossen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·los·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
oplossen
loste op
opgelost
zwak -t volledig

Werkwoord

oplossen

  1. (ergatief), (scheikunde) een homogeen mengsel gaan vormen met een vloeistof, in een vloeistof verdwijnen
    Goud lost op in kwik.
  2. (overgankelijk), (scheikunde) een homogeen mengsel doen vormen
    We losten goud op in kwik.
  3. (overgankelijk) opheldering brengen inzake een probleem
    Dat lost de moordzaak niet op.
  4. (ergatief) verdwijnen
    Hij was in het niets opgelost.
  5. (overgankelijk) (wiskunde) het gevraagde uit de gegevens berekenen
  6. (overgankelijk) tot een bevredigend einde brengen
  7. (wederkerend) zich ~: uiteengaan
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen