déjà vu

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dé·jà vu
enkelvoud meervoud
naamwoord déjà vu déjà vu's
verkleinwoord déjà vuutje déjà vuutjes

Zelfstandig naamwoord

déjà vu o

  1. (psychologie) het gevoel of de gewaarwording dat men iets reeds eerder heeft gezien of meegemaakt, terwijl men weet dat dat niet het geval is
Afgeleide begrippen


Meer informatie

Gangbaarheid