we

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

  enkelvoud meervoud
onderwerp voorwerp onderwerp voorwerp
1e persoon ik
'k
mij
me
wij
we
ons
2e persoon
(informeel)
jij
je
jou
je
jullie jullie
2e persoon
(formeel)
u u u u
2e persoon
(regionaal)
gij
ge
u gij
ge
u
3e persoon
(mannelijk)
hij
ie
hem
'm
zij
ze
(dat.) hun
(acc.) hen
ze
3e persoon
(vrouwelijk)
zij
ze
haar
'r, d'r
3e persoon
(onzijdig)
het
't
het
't
Uitspraak

Persoonlijk voornaamwoord

we

  1. onbeklemtoonde vorm van de eerste persoon meervoud nominatief
    • We zijn gisteren naar de stad geweest. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.


Angelsaksisch

Uitspraak

Persoonlijk voornaamwoord

  1. wij


Engels

Uitspraak

Persoonlijk voornaamwoord

we

  1. (tweeletterwoord) wij, we.
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Engels

aaabadaeagahaialamanarasatawaxaybabebibobydadedidoedefehelemeneresetexfafigigohahehihmhoidifinisitjokakilalilomamemimmmomumynanenonuodoeofohoiomonoporosowoxoypapepiqireshsisotatitouhumunupusutwewoxixuyayeyoza


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

we m

  1. (spreektaal) weekend
    «Je trouve dur de bosser le we car julot et les marmots comprennent pas.»
    Ik vind het lastig om in het weekend te werken, want mijn vent en de kids begrijpen het niet. [1]

Verwijzingen


Galoli

Zelfstandig naamwoord

we

  1. water


Kawi

Zelfstandig naamwoord

we

  1. water


Lamboya

Zelfstandig naamwoord

we

  1. water


Talur

Zelfstandig naamwoord

we

  1. water


Veluws

Persoonlijk voornaamwoord

we

  1. wij