Naar inhoud springen

schaduwen

Uit WikiWoordenboek
  • scha·du·wen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schaduwen
schaduwde
geschaduwd
zwak -d volledig

schaduwen

  1. overgankelijk iemand ongemerkt volgen

deschaduwenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schaduw
     Haar lichtblonde lokken glanzen als een stralenkrans door de donkere schaduwen van het glas, en de vrouw legt haar handpalm op de ruit.[1]
     De deur lijkt uit zichzelf open te zwaaien, maar dan ziet Nella Maren en Otto in de schaduwen wachten.[1]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be