aspirientje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·pi·rien·tje

Zelfstandig naamwoord

aspirientje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aspirine

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.