zedelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zedelijk zedelijker zedelijkst
verbogen zedelijke zedelijkere zedelijkste
partitief zedelijks zedelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

zedelijk

  1. zoals het volgens normen en waarden behoort
    • Zijn gedrag is altijd heel zedelijk geweest. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen