etiket

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

bierflesje met etiket
Uitspraak
Woordafbreking
  • eti·ket
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan Frans étiquette [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord etiket etiketten
verkleinwoord etiketje etiketjes

Zelfstandig naamwoord

etiket o [2]

  1. stuk papier met informatie dat ergens opgeplakt zit
    Een etiket ergens opplakken is iets een naam geven.
Synoniemen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal