actualiteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·tu·a·li·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord actualiteit actualiteiten
verkleinwoord actualiteitje actualiteitjes

Zelfstandig naamwoord

actualiteit v

  1. datgene wat momenteel sterk in de belangstelling staat
    • Dit programma houdt zich voornamelijk met actualiteiten bezig. 
    • De oorlog in de Oekraïne is nu weer uit de actualiteiten verdwenen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen