overwegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

(klemtoonhomogram)

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·we·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overwegen
overwoog
overwogen
klasse 2 volledig

Werkwoord

(niet scheidbaar)
overwégen

  1. de voor- en nadelen bezien alvorens een beslissing te nemen.
    Hij overwoog om te gaan verhuizen.
Vertalingen


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overwegen
woog over
overgewogen
klasse 2 volledig

Werkwoord

óverwegen

  1. (overgankelijk) opnieuw wegen



Zelfstandig naamwoord

overwegen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord overweg