schuldig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Uitspraak
  • IPA: /'sxɵldəx, /'sxɵldəɣə/
Woordafbreking
  • schul·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schuldig schuldiger schuldigst
verbogen schuldige schuldigere schuldigste
partitief schuldigs schuldigers -

Bijvoeglijk naamwoord

schuldig

  1. verantwoordelijk voor een strafbaar feit
    Hij was schuldig aan deze vreselijke moord.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl