Naar inhoud springen

leeuweriken

Uit WikiWoordenboek
kuifleeuwerik (Galerida cristata)
  • (IPA in voorbereiding)
  • leeu·we·ri·ken
enkelvoud meervoud
naamwoord leeuweriken
verkleinwoord

[1]

deleeuwerikenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord leeuwerik
  2. meervoudsvorm als officiële benaming (zangvogels) een familie Alaudidae op Wikispecies uit de orde van zangvogels (Passeriformes op Wikispecies). De familie kent rond de 100 soorten. Door hun eenvoudig aardekleurig gestreept verenpak, dat bij beide geslachten vaak gelijk is, vallen ze nauwelijks op. Sommige soorten hebben een zwart-witte tekening. Ook hebben ze een kuif van veren, die ze opzetten tijdens de balts en het zingen. Leeuweriken hebben vrij lange vleugels