plaatsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plaat·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plaatsen
plaatste
geplaatst
zwak -t volledig

Werkwoord

plaatsen

  1. (overgankelijk) op een bepaalde plaats zetten
    Hij plaatste de nieuwe computer op zijn bureau.
  2. (wederkerend), (sport) zich ~ voor: aan een kwalificatie voldoen waardoor men toegelaten wordt tot een bepaalde wedstrijd
    Hij wist zich te plaatsen voor de finale.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

plaatsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord plaats