plaatsen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plaat·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plaatsen
plaatste
geplaatst
zwak -t volledig

Werkwoord

plaatsen

  1. overgankelijk op een bepaalde plaats zetten
    • Hij plaatste de nieuwe computer op zijn bureau. 
     De chique, ruime schrijftafel van ebbenhout, die stijlvol was ingelegd met lichtere houtsoorten, die voor het raam was geplaatst naast de openslaande deuren naar het terras en die gepaard was aan een sobere maar degelijke en comfortabele houten bureaustoel uit de jaren dertig, had ik al meteen bij binnenkomst opgemerkt.[1]
  2. wederkerend, (sport) zich ~ voor: aan een kwalificatie voldoen waardoor men toegelaten wordt tot een bepaalde wedstrijd
    • Hij wist zich te plaatsen voor de finale. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

plaatsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord plaats

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 18