duo-

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: duo

Nederlands

Huidig
bestand
5
Uitspraak
Woordafbreking
  • duo- (zie spellingregels 18 en 7.B)
Woordherkomst en -opbouw

Voorvoegsel

duo-

  1. uit twee onderdelen of eenheden bestaand
Verwante begrippen
Opmerkingen
  • Dit voorvoegsel moet niet worden verward met duo "twee personen" als eerste deel van een samenstelling en met duo- beginnende woorden die in hun geheel aan een andere taal zijn ontleend.
Hyponiemen
nog ontbrekende afleidingen met dit voorvoegsel:

Gangbaarheid