afschuwelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·schu·we·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afschuwelijk afschuwelijker afschuwelijkst
verbogen afschuwelijke afschuwelijkere afschuwelijkste
partitief afschuwelijks afschuwelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

afschuwelijk

  1. wat hevige afkeer opwekt
    • Marteling is een afschuwelijke zaak. 
     De afschuwelijke waarheid van ons noodlot grijpt hen bij de keel.[1]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be