afschuwelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·schu·we·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afschuwelijk afschuwelijker afschuwelijkst
verbogen afschuwelijke afschuwelijkere afschuwelijkste
partitief afschuwelijks afschuwelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

afschuwelijk

  1. wat hevige afkeer opwekt
    • Marteling is een afschuwelijke zaak. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.