ideaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ide·aal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘droombeeld’ voor het eerst aangetroffen in 1784 [1]
  • afgeleid van idee met het achtervoegsel -aal [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ideaal idealen
verkleinwoord ideaaltje ideaaltjes

Zelfstandig naamwoord

ideaal o

  1. iets wat men zich voorstelt als het hoogste en dat men wil verwezenlijken
    • Hij kreeg de kans om zijn ideaal te verwezenlijken. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ideaal idealer ideaalst
verbogen ideale idealere ideaalste
partitief ideaals idealers -

Bijvoeglijk naamwoord

ideaal

  1. zo gunstig als mogelijk
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen