ophelderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·hel·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ophelderen
helderde op
opgehelderd
zwak -d volledig

Werkwoord

ophelderen

  1. overgankelijk duidelijkheid scheppen in iets
    • Het raadsel is eindelijk opgehelderd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.