opruiend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·rui·end

Werkwoord

vervoeging van
opruien

opruiend

  1. onvoltooid deelwoord van opruien

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.