Naar inhoud springen

gebruik

Uit WikiWoordenboek
  • ge·bruik
enkelvoud meervoud
naamwoord gebruik gebruiken
verkleinwoord gebruikje gebruikjes

hetgebruiko

  1. een standaard manier van doen
    • Het schudden van de rechterhand is, in Nederland, het gebruik om een onbekende te begroeten. 
  2. toepassen van iets
    • Het gebruik van een woordenboek is aan te raden voor het controleren van de spelling. 
     In de Duitse wereld waren er speciale Fechtakademies en Fechtbücher die de jonge aristocraat voorbereidden op een leven waarin hij geregeld gebruik moest maken van geweld.[1]
     Deze chaotische situatie zorgde ervoor dat pas in 2012 ontdekt werd dat Nederlandse roeiers (van de overkoepelende studentenroeivereniging Minerva) bij deze Spelen een medaille hadden gewonnen: omdat ze gebruik hadden gemaakt van een anonieme Franse stuurman werd hun overwinning geteld als één van het internationale team.[1]
  • [2] gebruik maken van

Verplicht gebruik.

vervoeging van
gebruiken

gebruik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebruiken
    • Ik gebruik. 
  2. gebiedende wijs van gebruiken
    • Gebruik! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebruiken
    • Gebruik je? 
     Mijn stem is misschien wel het belangrijkste instrument in mijn leven omdat ik veel praat. Ik gebruik mijn stem om verhalen te vertellen, iets duidelijk te maken en te overtuigen.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Onno van Nijf
    “Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312275
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be