opvliegend
Uiterlijk
- Geluid: opvliegend (hulp, bestand)
- IPA: / ɔpˈfliɣənt / (3 lettergrepen)
- op·vlie·gend
| vervoeging van: | opvliegen |
| verbogen vorm: | opvliegende |
opvliegend
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | opvliegend | opvliegender | opvliegendst |
| verbogen | opvliegende | opvliegendere | opvliegendste |
| partitief | opvliegends | opvliegenders | - |
opvliegend
- driftig, prikkelbaar
- Dat was een opvliegende klant.
- Het woord opvliegend staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opvliegend" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Onvoltooid deelwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %