opvliegend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·vlie·gend

Werkwoord

vervoeging van
opvliegen

opvliegend

  1. onvoltooid deelwoord van opvliegen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen opvliegend opvliegender opvliegendst
verbogen opvliegende opvliegendere opvliegendste
partitief opvliegends opvliegenders -

Bijvoeglijk naamwoord

opvliegend

  1. driftig, prikkelbaar
    Dat was een opvliegende klant.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.