oplaaien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·laai·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
oplaaien
laaide op
opgelaaid
zwak -d volledig

Werkwoord

oplaaien

  1. ergatief plotseling heviger gaan branden
    • Door de harde wind laaien de bosbranden in Griekenland weer op. 
  2. ergatief plotseling in brand vliegen
    • De mesthoop had al dagenlang liggen smeulen toen hij onverwachts oplaaide. 
  3. ergatief (figuurlijk) plotseling hevig de kop opsteken
    • De recente bomaanslagen doen de discussies over de Amerikaanse aanwezigheid in Afghanistan oplaaien. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.