oplaaien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·laai·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
oplaaien
laaide op
opgelaaid
zwak -d volledig

Werkwoord

oplaaien

  1. ergatief plotseling heviger gaan branden
    • Door de harde wind laaien de bosbranden in Griekenland weer op. 
     Door hoge temperaturen, lage luchtvochtigheid en wind, blijft het risico bestaan dat het vuur weer oplaait.[1]
  2. ergatief plotseling in brand vliegen
    • De mesthoop had al dagenlang liggen smeulen toen hij onverwachts oplaaide. 
  3. ergatief (figuurlijk) plotseling hevig de kop opsteken
    • De recente bomaanslagen doen de discussies over de Amerikaanse aanwezigheid in Afghanistan oplaaien. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 6 juli 2022 Weblink bron “Zeer grote bosbrand in Frankrijk onder controle, 650 hectare nog in brand” (09 juli 2022), NU.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be