opschrijven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·schrij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opschrijven
schreef op
opgeschreven
klasse 1 volledig

Werkwoord

opschrijven

  1. overgankelijk schrijvend een notitie ergens van maken
    • Hij had gelukkig het nummer even opgeschreven. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.