opleveren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·le·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opleveren
leverde op
opgeleverd
zwak -d volledig

Werkwoord

opleveren

  1. iemand iets ~ uiteindelijk als resultaat geven
    • Hij reed weer eens veel te hard en dat leverde hem een fikse boete op. 
     Legendevorming zit nog vooral in de geschiedenis - het leverde de berg alvast de intrigerendste naam in het Tourschema op.[1]
  2. overgankelijk een zojuist klaargekomen bouwwerk voor inspectie en overdracht aanbieden
    • Wanneer wordt dat huis nu eens opgeleverd? 
Opmerkingen
  • Hoewel het werkwoord in zin [1] de kenmerken van een ditransitief werkwoord heeft, omdat het zowel een meewerkend als een lijdend voorwerp kan hebben, zijn lijdende en meewerkende vormen met worden en krijgen ongebruikelijk.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be