ophokken
Uiterlijk
- op·hok·ken
- samenstelling van op en hokken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ophokken |
hokte op |
opgehokt |
| zwak -t | volledig | |
ophokken
- overgankelijk binnen, in het hok houden van pluimvee
- Boeren moesten hun kippen per direct ophokken vanwege de vogelgriep.
- overgankelijk (schertsend) mensen verplichten langdurig binnen te blijven
- de leraren zijn boos over de herinvoering van de 1040-urennorm, waarbij leerlingen zinloos worden opgehokt
- [2] opkotten
- [1] vogelgriep
- ophokplicht
- [2] ophokuur
- Het woord ophokken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Schertsend in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal